Sociale & emotionele gezondheid

Een mooi spreekwoord in de wetenschap is: meten is weten. Klopt! Met behulp van metingen kan je namelijk iets objectiveren en een conclusie uit trekken. Is gezondheid dan ook te meten? Geneeskunde is immers ook een wetenschap. De nieuwe definitie van gezondheid maakt het meten lastig:

“Gezondheid als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.” – Machteld Huber
Gezondheid is dus meer dan alleen de afwezigheid van ziekte. Ziekte kan je tot zekere hoogte meten. Denk aan de labwaarden die je huisarts aanvraagt. Val je binnen de normaalwaarde dan ben je gezond. Daarbuiten is een reden om verder onderzoek te verrichten.
Inmiddels is het wel duidelijk, vooral voor degene die tegenover de witte jas zit, dat deze normaalwaarden niet altijd even adequaat onze gezondheid weerspiegelen. Los van de discussie van de interpretatie van normaalwaarden, hebben wij ook rekening te houden met onze emotionele en sociale ‘gezondheid’. Beide van deze vormen van gezondheid kennen hun ‘ziekmakers’.

Het immuunsysteem heeft de functie ons te beschermen tegen fysieke ziekmakers. Hoe beschermen wij onszelf tegen de emotionele en sociale ziekmakers? Het antwoord zal je misschien verbazen maar dan moet ik toch als arts teruggrijpen op de normaalwaarde. Een waarde waarvan ik de boven- en ondergrenzen niet weet maar uit de persoon tegenover mij moet halen. De anamnese (het gesprek tussen arts en patiënt) wordt als de belangrijkste middel gezien tot het komen van een diagnose. Mijn cruciale vraag met betrekking tot de normaalwaarde van een emotionele en sociale gezondheid is: wie ben jij?

Hoe duidelijker de boven- en ondergrenzen kan worden geduid door een individu des te weerbaarder hij/zij is tegen ‘ziekmakers’. Hoe kom je achter jouw normaalwaarden?

Er is niet één manier maar een tip zou kunnen zijn

Mahatma Ghandi