Het aantal mensen met hartfalen groeit fors. Tegenwoordig hebben ongeveer 130.000 Nederlanders daar last van. Dit aantal is in 2025 naar verwachting gestegen tot 195.000. Dat blijkt uit het rapport hartfalen alternatieve behandelingHartfalen: epidemiologie, risicofactoren en toekomst van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Hartfalen ontstaat doordat de pompfunctie van het hart tekortschiet. Dit leidt vooral tot kortademigheid en vocht in de longen en de benen. Fysieke inspanningen worden daardoor lastiger, slapen gaat slechter en patiënten voelen zich benauwd. Al met al veroorzaakt hartfalen een verminderde kwaliteit van leven.

Behandeling oorzaken van hartfalen

Een behandeling bij hartfalen bestaat veelal uit het voorschrijven van medicatie die de symptomen verlicht. Denk dan aan medicijnen zoals ACE-remmers, bètablokkers, bloedverdunners en diuretica (plastabletten).  De oorzaken van het probleem worden hierbij nauwelijks aangepakt. De primaire oorzaak bij een verminderd functionerend hart is de celstofwisseling in de hartspier.

 

Thalamo biedt een behandeling aan voor hartfalen. We pakken de oorzaak van de klachten aan: namelijk het herstel van de celstofwisseling in de hartspier. Nadat de hartfunctie uitvoerig is doorgemeten met behulp van een ECG, arteriograaf en bloedonderzoek naar met name BNP, start de behandeling. Deze bestaat uit het toedienen van een aantal infusen met natuurlijke stoffen, vitamines en mineralen die erop gericht zijn de energieproductie in de hartspier weer te herstellen door de hartspiercellen optimaal te voeden. Hierdoor wordt de pompfunctie van het hart verbeterd en verdwijnen/verminderen de klachten.

Praktijkvoorbeeld behandeling bij hartfalen

Lees hieronder het verhaal over Dhr. Janssen. Na een behandeling van 3 maanden kon hij weer volledig aan het werk. Omwille van privacyredenen is niet de echte naam van de patiënt gebruikt/

Patiënt met hartfalen/ cardiomyopathie

In januari 2012 kwam dhr. Janssen onder behandeling. Hij was uitbehandeld in het ziekenhuis. Hij was door zijn hartfalen niet meer in staat om te werken en zijn conditie was zeer zwak. Zijn BNP was op dat moment 99 en zijn ejectiefractie was 30%. Ook was er sprake van een hartritmestoornis en een cardiostressindex (CSI) van 100%. Deze hoge stressindex geeft aan dat het hart onder flinke stress stond. Hierna worden de begrippen BNP en ejectiefractie verder uitgelegd.

BNP

BNP is een relatief nieuwe diagnosemethodiek bij hartfalen. BNP staat voor Brain Natriuretic Peptide en is een stofje dat het hart zelf aanmaakt wanneer het hart ‘in nood’ is en er niet meer in slaagt om genoeg bloed rond te pompen. Door het BNP-gehalte te bepalen kan worden vastgesteld of iemand aan hartfalen lijdt of niet. Ook kunnen met het BNP verstoppingen van de kransslagaderen tijdig worden opgespoord.

Een BNP kleiner dan 29 is normaal te noemen. Hoe hoger de BNP-waarde, hoe ongunstiger de prognose is. Ook wordt het BNP-gehalte gemeten om te kijken of therapie voor hartfalen ook werkelijk aanslaat: een dalende BNP is dus een gunstig teken.

Ejectiefractie: de spierkracht van het hart

De ejectiefractie is een percentage dat uitdrukt hoeveel bloed er bij het samentrekken van de hartspier uit de linker- of de rechterkamer wordt geperst. Het is een goede indicatie voor de spierkracht van het hart. De ejectiefractie kan op verschillende manieren worden gemeten. Standaard gebeurt dat via een echo van het hart, maar een meting via MRI of een andere hartscan is ook mogelijk. De ejectiefractie wordt uitgedrukt in een percentage dat de uitgepompte hoeveelheid bloed relateert aan de totale vulling van de kamer. Gezonde mensen hebben een ejectiefractie van 60 of 70 procent, maar een ejectiefractie van 40 procent is nog redelijk normaal. Bij een ejectiefractie van maximaal 30 procent is er sprake van hartfalen.

Verloop van de behandeling

Eerst is een uitgebreide intake gedaan bij Dhr. Janssen. Er is een arteriograph en ECG gemaakt en daarnaast is er uitgebreid bloedonderzoek gedaan naar o.a. het BNP. Naar aanleiding van het onderzoek heeft Dhr. Janssen een aantal supplementen voorgeschreven gekregen. Deze zijn er speciaal op gericht om de hartspiercellen optimaal te voeden en daarmee de ATP-productie te verhogen. Daarnaast heeft dhr. Janssen voor een periode van 3 maanden 1x per week een vast protocol van infusen gekregen met ondermeer L-carnitine, B-vitamines en andere vitamines en mineralen. De doorlooptijd van de infusen bedroeg 3 uur per bezoek.

Resultaat

Na drie maanden behandeling is de BNP gedaald van 99 naar 12. Onder de 29 is de BNP normaal te noemen. Zijn ejectiefractie is gestegen van 30% naar 60%. Bij gezonde mensen hoort een ejectiefractie van 60%. De cardiostress index(CSI) is gedaald van 100% naar 29%. Onder 25% is de CSI laag te noemen. Het algeheel welbevinden is enorm verbeterd. De conditie is verbeterd en dhr. Janssen geeft aan geen last meer te hebben van kortademigheid. Ook is Dhr Janssen na 3 maanden weer volledig aan het werk.

EJF >50% BNP <29 CSI <50%
voor behandeling 30% 99 100%
tussen meting 41%
na behandeling 60% 12 29%