Hyper NMDA Pathologie

Door Michael van Gils (specialist endorfinesysteem)

Hyper NMDA Pathologie

Hyper-NMDA is een centrale factor bij de uitputtingsaandoeningen. Hieronder de verschillende complicaties van hyper-NMDA en aandoeningen die gepaard gaan met hyper-NMDA:

  • Antibeloning (ontwennings- en onttrekkingsverschijnselen) en verslaving
  • Angst- en trauma geheugen (angststoornissen en PTSS)
  • Biologische en psychische stress
  • Hypoglykemie
  • Oxidatieve stress en waterstofperoxide
  • Hyperhomocysteïnemie
  • P38 MAP kinase
  • Vermoeidheid – ATP depletie en het belang van waterstof (H2)
  • Histamine
  • Slaapstoornissen
  • Geheugenstoornissen, Alzheimer, en Parkinson (Bèta-amyloïde)
  • Hypocampus atrofie en cortisol
  • Ziekte van Lyme
  • Chronische en neuropatische pijn
  • Lactaat-acidose
  • Cellulaire dehydratie
  • Tinnitus
  • Th2-dominantie en allergieën
  • Cysteïne en glutathion (NMDA oxideert cysteïne)
  • Verminderde cerebrale detox
  • Verminderde P450 detox
  • MCS – meervoudige chemische overgevoeligheid
  • Nitrosatieve stress (nitric oxide= NO) en peroxynitriet
  • Major depressie en zelfmoord
  • AD(H)D en autisme
  • Hoog gevoeligheid
  • Borderline
  • Ziekte van Parkinson
  • Obsessieve-compulsieve stoornis (OCS)
  • Diabetes en insulineresistentie
  • Hoofdpijn en migraine
  • Bedplassen en veelvuldig plassen
  • Kanker
  • Astma
  • Epilepsie
  • Fibromyalgie
  • Ontstekingen
  • Oestrogeen en progesteron
  • Schildklierhormonen tekort
  • Psychose
  • Multiple sclerose
  • Restless legs
  • Zichtproblemen
  • Serotonine tekort
  • Osteoporose
  • Bloedklonters en trombose
  • Verhoogde cholesterol
  • Atherosclerose
  • Roken
  • Round-up
  • Vitamine B12 tekort
  • Toename NF-kappa-B
  • Melatonine tekort
  • Melanine en neuromelanine tekort
  • Dopamine, adrenaline en noradrenaline tekort
  • Hechtingsstoornissen
  • Erectiele stoornissen
  • Galstenen – galobstructie

Het endorfinesysteem reguleert het beloningssysteem, stress, energie, insuline en immuniteit.
Endorfine resistentie ofwel de gevoeligheid van endorfine neemt af door over stimulatie. De voornaamste oorzaken zijn troostvoeding/ junkvoeding (bv. suiker, E621 en exorfinen), stress en middelenmisbruik (bv. alcohol, drugs en stimulerende geneesmiddelen).

In de eindfase van endorfine-resistentie domineert NMDA, dit is een stofje dat het anti-belonings- en stresssysteem activeert. NMDA blokkeert de werking van dopamine en activeert tegelijk biologische stress. NMDA heeft zowel effect op het centrale zenuwstelsel (hersenen) en het perifere zenuwstelsel (buiten de hersenen).

Het herstellen van de endorfinegevoeligheid en een hyper-NMDA kunt u het best overlaten aan een specialist.

Endorfine is betrokken bij meer dan honderd verschillende processen in het lichaam. We sommen hier een aantal factoren op

Endorfine activeert de werking van dopamine (motivatie, concentratie). Dit proces noemt men ‘wanting’. ‘Wanting’ zorgt ervoor dat we in iets geïnteresseerd zijn, bijvoorbeeld studeren, maar het kan net zo goed het verlangen zijn naar een nieuwe auto, een relatie of een handtas.

Dopamine is de introductiestof van het beloningssysteem, het zorgt ervoor dat we in actie schieten om iets te bereiken. Vandaar dat dopamine een erg korte werkingsduur heeft, want zodra we iets bereikt hebben gaat het dopaminelichtje uit. Dopamine zet ons op weg naar ons doel, maar de eigenlijke beleving zelf – wat we kunnen uitdrukken als ‘geluk’ of ‘liking’ – wordt opgewekt door endorfine. Liking is de waardering en de beleving in het nu. Wanting is het verlangen naar een toekomstig iets, het onderweg zijn, het spannende van iets te willen bereiken. Vandaar dat mensen met endorfine- resistentie heel erg ondernemend kunnen zijn, maar zelden tevreden zijn met wat het is.

Mensen met endorfine-resistentie (bv. ADD/ADHD) hebben moeite met motivatie en concentratie. Ze hebben last van uitstelgedrag dat te zien is als het ‘mijden van handelingen die onvoldoende beloning opleveren’. Bij endorfine-resistentie zal iemand geneigd zijn om sterkere beloningen op te zoeken, aangezien routine en verplichte bezigheden saai zijn of snel gaan vervelen: voorbeelden zijn verslavingen en eetstoornissen.

Endorfine is de belangrijkste regulator van het stresssysteem, ook wel de HPA-as genoemd. De eerste functie van endorfine is het filteren van zintuiglijke en psychologische stressprikkels, het zorgt ervoor dat bijvoorbeeld geluid of geuren worden gefilterd. Bij endorfine-resistentie gaat er iets mis met deze filtering, waardoor we al snel stress krijgen door bijvoorbeeld naar het nieuws te kijken of door kritiek van onze werkgever of van onze partner. De tweede functie van endorfine is het remmen van de stresshormonen (CRH, ACTH en cortisol) in de HPA-as. Bij endorfine-resistentie heeft het lichaam moeite om de stresshormonen te verminderen. Mogelijke complicaties zijn teveel cortisol (hyper-cortisol) of uitputting van cortisol (hypo-cortisol en/of cortisol-resistentie) en/of een gecompliceerde schildklierproblematiek.

Het gen dat de aanmaak van endorfine reguleert (POMC-gen) staat ook in voor de aanmaak van ATP (cellulaire energie) in de hersenen. Bij endorfine-resistentie hebben de hersenen te weinig energie, wat zich onder meer uit in mentale vermoeidheid en moeite met concentratie.

Het gen dat de aanmaak van endorfine reguleert (POMC-gen) reguleert tevens de afgifte en de gevoeligheid van insuline. Bij endorfine-resistentie ontstaan snelle schommelingen in de insuline- en glucosehuishouding. Voorbeelden zijn reactieve hypoglykemie (snel moe zijn na het eten van bijvoorbeeld suiker, aardappelen, brood, en pasta’s), insuline-resistentie en diabetes type 2. In een vergevorderd stadium van insuline-resistentie kunnen er zich bèta-amyloïde plaques (schadelijke eiwitten) opslaan in de hersenen, de complicaties zijn Alzheimer en insuline-afhankelijke-diabetes.

Het evenwicht in het immuunsysteem wordt gereguleerd door de verhouding (ratio) tussen Th1- en Th2-cytokines. Bij Th1-dominantie ontstaan auto-immuunaandoeningen en bij Th2-dominantie ontstaan allergieën en allergische aandoeningen. In de prenatale fase onderdrukt het lichaam van de moeder de Th1-cytokines om te voorkomen dat het embryo wordt afgestoten. Om deze reden worden baby’s geboren met een Th2-dominantie, waardoor baby’s erg gevoelig zijn voor het ontwikkelen van voedingsallergieën (bv. koemelk). Na het eerste levensjaar wordt het evenwicht tussen Th1 en Th2 hersteld door endorfine. Baby’s met endorfine-resistentie blijven echter ‘hangen’ in het Th2-profiel waardoor ze een (vaak levenslange) allergische aanleg ontwikkelen, zoals astma, hooikoorts/ pollenallergie, luchtweginfecties en voedingsallergieën. Bij baby’s wordt endorfine-resistentie onder meer veroorzaakt door epi genetische erfelijkheid, voeding met koemelk/ sojamelk en vaccins met thiomersal (kwik).

Alle factoren die leiden tot een over stimulatie van endorfine, kunnen de gevoeligheid van endorfine verminderen. Deze verminderde gevoeligheid noemt men endorfine-resistentie. Hierdoor moet het lichaam meer endorfine activeren om tot hetzelfde resultaat te komen.

De belangrijkste oorzaken van endorfine-resistentie:

Teveel troostvoeding: troostvoeding zijn voedingsmiddelen die een over stimulatie van endorfine veroorzaken. Voorbeelden zijn suiker, exorfinen, E621 (smaakversterker) en de combinatie van koolhydraten en vetten (bv. chips, frieten, hamburgers, kroket uit de muur, chocolade en koekjes). Exorfinen zijn vooral een probleem bij mensen die deze voedingsopiaten moeilijk kunnen afbreken d.m.v. het DPP-IV enzym. Dit wordt ook wel exorfinen-intolerantie genoemd, waarbij exorfinen zich gaan opstapelen door een DPP-IV enzym deficiëntie. Een exorfinen-intolerantie is te meten via een exorfinen-analyse. Hierbij worden zowel de exorfinen uit voeding en bacteriële oorsprong geanalyseerd.

Stress vormt een belangrijke oorzaak van endorfine-resistentie. De stress kan een biologische oorzaak hebben (bv. de ziekte van Lyme, pijn, immunologische stress, inspanningsstress, tekort aan slaap en verzuring). De stress kan tevens een psychologische oorzaak hebben, ofwel acuut (bv. misbruik, trauma) ofwel chronisch (bv. werkdruk, relationele stress, financiële stress).
Geneesmiddelen en drugs kunnen al snel leiden tot endorfine-resistentie. Voorbeelden van geneesmiddelen zijn paracetamol, oxytocine (weeën-versnellers), medicinale dopamine-agonisten (medicatie met een dopamine stimulerend effect zoals ADHD medicatie), opiaat-pijnstillers (bv. morfine, codeïne, tramadol) en geneesmiddelen met een verzurend effect (antipsychotica, aspirine). Tot de niet-legale middelen behoren de recreatieve drugs dopamine-agonisten (cocaïne, speed), de oxytocine-agonisten (XTC) en cannabis (THC).
Lactaat-acidose doet zich bij te weinig drinken van water, teveel koffie, roken, na langdurige inspanning (bv. duursporten) en bij insuline-resistentie. Mensen met endorfine-resistentie en vooral bij hyper-NMDA zijn sneller verzuurd. Een voorbeeld van lactaat-acidose is CVS, waarbij men na een fysieke inspanning 20 keer meer lactaat aanmaakt dan normaal.

De belangrijke kenmerken van endorfine-resistentie:

Verzwakt beloningssysteem: mentale vermoeidheid en malaise, moeite met motivatie, concentratie en het ervaren van normale geluk beleving, uitstelgedrag (mijden van handelingen die onvoldoende beloning opleveren) en opzoeken van sterkere beloningsprikkels (bv. verslavingen, eetstoornissen, computerspelletjes).
Verzwakte stressweerstand: moeite met het verwerken van prikkels (bv. geluid, opmerkingen) en stress. Snel geïrriteerd zijn (kort lontje), reactief gedrag en ontladen van niet-verwerkte stressprikkels (boosheid, agressie, ongepast gedrag).

Mensen met hyper-NMDA voelen zich vaak moe, deze fase komt voor bij vergevorderde endorfine-resistentie, burn-out, CVS, fibromyalgie, anhedonie, major depressie, ziekte van Lyme, gewenning aan (medicinale/niet-legale) opiaten, langdurig gebruik van dopamine-stimulantia (bv. dextro-amfetamine) en extreme sportverslaving.

Er zijn drie fases te onderscheiden bij hyper-NMDA

De cerebrale fase: de hyper-NMDA speelt zich voornamelijk af in de hersenen, kenmerken zijn mentale malaise, onrust, agitatie, malende gedachten (piekeren) en snel geïrriteerd zijn. Aangezien NMDA het antibeloningssysteem activeert kunnen zich de volgende symptomen voordoen, afhankelijk van de ernst van de hyper-NMDA: moeite met plezierbeleving (vergevorderd: anhedonie, aversief en/of reactief gedrag, in bijna niets meer geïnteresseerd zijn), problemen met motivatie en concentratie, verslavingen (die nog weinig plezier opleveren), ernstige mentale vermoeidheid en zwart/wit denken. NMDA activeert het stresssysteem, zonder dat er zich psychologische stress hoeft voor te doen, dit noemt men biologische stress. Men voelt zich als het ware opgejaagd, ook als daar geen reden voor is. In een vergevorderd stadium ontstaat NMDA-resistentie, dit doet zich voor bij de ziekte van Alzheimer, die ziekte van Parkinson en diabetes type 3 (hersen-diabetes).
De perifere fase (buiten de hersenen): NMDA activeert histamine, zonder dat er sprake moet zijn van een allergie. Om het nog meer verwarrend te maken heeft NMDA een aantal eigenschappen gemeen met histamine zoals het vernauwen van de bronchiën. De kenmerken van een perifere hyper-NMDA zijn verschillende volgens de ernst, deze kunnen zijn: reactieve hypotensie (lage bloeddruk bij opstaan, duizeligheid), gespannen spieren en gewrichten, verzuring, drukkend gevoel op de luchtwegen (door het vernauwen van de bronchiën) en pijn in de borststreek (door vernauwen van de bloedvaten in het hart). In een vergevorderd stadium
De gecombineerde fase: in de meeste gevallen doet hyper-NMDA zich zowel voor in de hersenen als in het perifere systeem.

Troostvoeding en exorfinen hebben de eigenschap om endorfine en dopamine maximaal te stimuleren, daarom zijn we er ook zo verslaafd aan. Om diezelfde reden zal je zelden iemand ontmoeten met een verslaving aan komkommers of paprika’s. Troostvoeding zijn voedingsmiddelen met een maximaal effect in het stimuleren van endorfine en dopamine. Tot deze categorie behoren suiker (ook namaaksuikers), voeding met een hoge glycemische index (bv. aardappelen en zetmeel van mais), ongebonden glutamaat (E621, gistextract, gefermenteerde sojaproducten en oude kazen zoals Parmezaanse kaas), de combinatie van vet en koolhydraten (bv. chips), fosforzuur (smaakversterker in frisdranken) en transvetten. Dranken met een gelijkaardig effect zijn alcohol, commerciële vruchtensappen en frisdranken.

Exorfinen zijn opiaten uit gluten (tarwe, spelt, kamut, gerst en rogge), caseïne (zuivelproducten), soja, spinazie (zwakke exorfine) en lichaamseigen bacteriën. Exorfinen activeren dezelfde receptoren als endorfine, waardoor ze al snel leiden tot endorfine-resistentie. Dit doet zich vooral voor bij mensen met een DPP-IV enzymdeficiëntie, aangezien DPP-IV het enzym is dat exorfinen afbreekt. Een verminderde afbraak van exorfinen noemt men exorfinen-intolerantie, dit is te meten via een exorfinen-analyse. Hierbij worden zowel de exorfinen uit voeding en bacteriële oorsprong geanalyseerd.