Kan zoenen Hashimoto veroorzaken?

Epstein-Barr virus en Hashimoto

Wat is EBV?

Epstein-Barr (EBV) is een virus dat mononucleosis veroorzaakt (ook bekend als “Mono” of “klierkoorts”), een slopende virale infectie gemeenschappelijk onder studenten en is ook bekend als de “kissing disease”, omdat mensen worden blootgesteld aan het virus via speeksel van degenen die besmet zijn.

Terwijl >90% van de mensen wereldwijd blootgesteld is aan het EBV, is het interessant dat de timing van de infectie een zeer belangrijk rol lijkt te zijn. Kinderen in ontwikkelingslanden komen meestal op het EBV wanneer ze jonger zijn dan 10 jaar, en dit resulteert meestal in een asymptomatische infectie – die geen symptomen veroorzaakt. In tegenstelling, in de ontwikkelde landen, waar mensen meestal niet blootgesteld zijn aan het virus tot ze op de middelbare school of universiteit zijn, is de infectie slechts 50% van de tijd asymptomatisch.

Wanneer de infectie symptomatisch is, zijn de meest voorkomende symptomen vermoeidheid, zere keel en vergrote lymfeklieren. Gewichtsverlies is ook te zien. In sommige gevallen verdwijnt de aandoening in een paar weken en is er niks aan de hand. In andere gevallen, blijft vermoeidheid hangen en kan het virus bijdragen aan de ontwikkeling van kanker, chronisch vermoeidheidssyndroom en verschillende auto-immuunziekten, inclusief Hashimoto.

Een 2015 Poolse studie vond het Epstein-Barr virus in de schildklier cellen van 80% van de mensen met Hashimoto en 62,5% van de mensen met ‘Graves‘, terwijl controles geen aanwezigheid van het EBV in hun schildklier cellen constateerde.1

Specifieke immuun cellen bekend als CD8+ T-cellen zijn nodig voor de bestrijding van het Epstein-Barr virus. Echter, sommige mensen hebben een laag basisniveau van dit soort immune cellen. CD8+ T- cellen nemen af ​​met leeftijd, zijn lager bij vrouwen en bij een laag vitamine D gehalte.2
Wanneer de niveaus van deze T-cellen onvoldoende zijn kan het Epstein-Barr virus zich vestigen in onze organen (zoals de schildklier) en in wezen het orgaan kapen om het virus te verbergen en te vermenigvuldigen.

Dus is het logisch dat mensen die op universiteiten zitten en aan het EBV worden blootgesteld meer kans hebben op problemen. Dit is omdat wanneer wij de ‘schoolleeftijd’ bereiken, de CD8 + T-cellen (diegene die tegen het EBV vechten), drievoudig gedaald zijn ten opzichte van het aantal cellen dat we in de kindertijd hadden.

Reactivering

Het Epstein-Barr virus creëert een verborgen infectie in het lichaam, waar het in een slapend toestand ligt tot het juiste tijdstip, waarop het reactiveert en wekt.

Het gereactiveerde virus heeft de potentie om de productie van schildklier antilichamen te veroorzaken en is betrokken bij vele auto-immuun verzwakkende symptomen.

Terwijl de uitroeiing van het virus een grotere uitdaging is dan het wegwerken van een bacterie of parasiet, kun je het virus terug in een slapende toestand onderdrukken door het ondersteunen van je antivirale afweer of door het gebruik gerichte antivirale kruiden of medicijnen.

Bovendien, dierlijk vet en bouillons, soepen en stoofschotels ondersteunen het vermogen van het lichaam om de virussen te onderdrukken. Monolaurin/laurinezuur, één van de bestanddelen van kokosolie, is gevonden actief te zijn tegen het Epstein-Barr virus. Replicatie van veel virussen zoals Epstein-Barr wordt geremd door glycyrrhizinezuur, een actief bestanddeel van zoethoutwortel. Quercetine en co-enzym Q10 werden ook gemeld behulpzaam te zijn bij het chronisch vermoeidheidssyndroom vanwege hun antivirale eigenschappen.3

Antivirale geneesmiddelen: sommige mensen met chronische vermoeidheid veroorzaakt door het Epstein-Barr virus hebben een opmerkelijk verbetering van de symptomen gemeld na het innemen van de antivirale geneesmiddel Valacyclovir. Wanneer gedurende ten minste zes jaar genomen heeft deze medicatie ook aangetoond het potentieel van uitroeiing van het virus uit ons lichaam.4 Sommige mensen met chronische vermoeidheid, vaak gedacht veroorzaakt door Epstein-Barr en andere virussen, zijn gerapporteerd een opmerkelijke verbetering in energie te hebben op antivirale geneesmiddelen.

Referenties

  1. Epstein-Barr en Hashimoto: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25931043
  2. Vitamine D en Epstein-Barr: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3270541/
  3. Glycyrrhizinezuur en Epstein-Barr: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/18423902
  4. Valacyclovir en Epstein-Barr: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2772668/